Opsporingsvergunning voor aardwarmte in Hillegom

Hillegom – Aardwarmte lijkt in de Duin- en Bollenstreek een grote kanshebber om op termijn aardgas te vervangen voor het verwarmen van huizen en gebouwen. Daarom hebben Shell en D4 een vergunning gekregen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) om te onderzoeken of aardwarmte voor onze regio haalbaar is. In 2050 moet Hillegom CO₂-neutraal zijn en worden huizen en gebouwen niet meer met aardgas verwarmd. Dit is afgesproken in het Klimaatakkoord. Aardwarmte is duurzame warmte met een hoge temperatuur die uit de diepe ondergrond wordt gehaald.

Vergunningen
Meerdere bedrijven hebben vergunning aangevraagd voor het opsporen van aardwarmte (ook wel geothermie genaamd) in de regio Holland Rijnland. Verschillende instanties zoals TNO, Provincie Zuid-Holland en Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) hebben deze aanvragen beoordeeld. Ook de gemeente heeft haar advies uitgebracht. Daarbij was veiligheid een belangrijke voorwaarde. Maar ook is gekeken hoe de bedrijven negatieve gevolgen voor milieu willen voorkomen en hoe zij de inwoners bij de plannen willen betrekken als er werkelijk naar aardwarmte geboord gaat worden. Het ministerie van EZK heeft vier bedrijven in Holland Rijnland de opsporingsvergunningen verleend. Shell en D4 hebben een gebied, waarin ook een deel van Hillegom valt, toegewezen gekregen. Belanghebbenden kunnen hierop reageren. Onderaan dit persbericht is vermeld waar meer informatie te vinden is.

Wat is aardwarmte?
Diep in de aarde is het warm. Hoe dieper in de aarde, hoe warmer het daar is. Met iedere kilometer diepte stijgt de temperatuur met zo’n 30˚C. Een deel van de gesteenten in de bovenste kilometers van de aardkorst is poreus en gevuld met water. Op twee tot drie kilometer diepte bevindt zich dus water met een temperatuur van wel 70 tot 100 ˚C. Dit wordt naar boven gehaald en via een warmtenet naar de huizen gebracht. Als het afgekoeld is wordt het weer teruggepompt.

Opsporingsvergunning pas de eerste stap
Voordat we daadwerkelijk aardwarmte kunnen gebruiken zijn er nog heel wat stappen te doorlopen.. Eerst wordt op een aantal kansrijke locaties de ondergrond onderzocht en gekeken of het oppompen van aardwarmte daar haalbaar is. Belangrijk is daarbij ook de situatie boven de grond. Gemeente, provincie, ministerie en waterschap overleggen met Shell en D4 wat de meest geschikte locaties zouden kunnen zijn voor een aardwarmte-installatie.

Vervolgens moeten er proefboringen worden gedaan. Pas als daaruit blijkt dat daadwerkelijk aardwarmte gewonnen kan worden en de locatie geschikt is, kan er een aardwarmte-installatie worden gebouwd. Vanaf de eerste onderzoeken gaan er meestal enkele jaren voorbij voordat er een boorinstallatie staat. Ook moet er nog een warmtenet aangelegd worden om het warme water bij de huizen te krijgen.

Mening inwoners
Voordat Shell en D4 daadwerkelijk aardwarmte kunnen winnen moeten zij nog verschillende vergunningen aanvragen, onder andere bij de gemeente. Daarbij moeten zij aan alle eisen voor veiligheid, milieu en de omgeving voldoen. Inwoners krijgen gelegenheid om mee te denken en hun mening te geven over aardwarmte, maar de gemeente zal hen ook betrekken bij andere thema’s van de warmtetransitie.

Warmtevisie Hillegom
Dat aardwarmte een kans biedt om op termijn in Hillegom van het aardgas af te gaan wordt ook beschreven in de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente. In de concept TVW staat dat de gemeente komende jaren nader onderzoek doet naar de mogelijkheden van onder andere aardwarmte. En dat zij ook nader gaat onderzoeken waar wel of geen warmtenet aan te leggen. De gemeenteraad behandelt de visie op 14 oktober.

Meer informatie
De aan Shell en D4 verleende opsporingsvergunning is hier te vinden: Staatscourant 2021, 39442 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)
Meer informatie over aardwarmte is te vinden op www.hillegom.nl/energietransitie. Daarnaast vindt u meer informatie over aardwarmte en antwoorden op veel gestelde vragen op www.allesoveraardwarmte.nl en www.aardwarmterijnland.nl.

Aardwarmte ontwikkeling – proces

1.    Opsporingsvergunning aanvragen: Partijen vragen een opsporingsvergunning aan bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

2.    Advies deskundigen: Het ministerie vraagt advies aan deskundigen, zoals TNO, SodM, de provincie en de Mijnraad. De provincie Zuid-Holland heeft in haar advies ook de gemeenten, het Hoogheemraadschap van Rijnland en het drinkwaterbedrijf Dunea betrokken.

3.    Ministerie verleent opsporingsvergunning: Het ministerie geeft een opsporingsvergunning voor een bepaald gebied aan een partij/partijen. Deze vergunninghouder mag daarmee onderzoek doen naar aardwarmte in dat gebied. In de regio Holland Rijnland hebbenvier bedrijven een opsporingsvergunning aardwarmte gekregen van het ministerie. Belanghebbenden kunnen desgewenst een bezwaarschrift indienen.

4.    Onderzoek: De vergunninghouder brengt de potentie en mogelijkheden van aardwarmte in kaart

5.    In gesprek: De resultaten bespreekt de vergunningenhouder met de gemeenten in het opsporingsgebied. Maar bijvoorbeeld ook met de provincie, het ministerie, het hoogheemraadschap en drinkwaterbedrijven.

6.    In gesprek: Samen met gemeenten en warmtebedrijven bekijkt de vergunninghouder welke plekken geschikt zijn voor de winning en het gebruik van aardwarmte. Hierover gaan zij met de omgeving in gesprek.

7.    Locatiekeuze: Op basis hiervan wordt de precieze locatie bepaald waar de vergunninghouder aardwarmte uit de grond wil halen. Dit is de locatie voor de aardwarmte-installatie.

8.    Mer-aanmeldnotitie: De vergunninghouder maakt een Mer-aanmeldnotitie. Hierin wordt gekeken of het project voldoet aan de milieuaspecten. Het bevoegd gezag beoordeelt de aanmeldnotitie.

9.    Bestemmingsplan: Indien nodig wordt het bestemmingsplan gewijzigd.

10.  Inspraak omgeving: Samen met de gemeente informeert de vergunninghouder de omgeving. Belanghebbenden, waaronder omwonenden, kunnen een zienswijze indienen en eventueel in beroep gaan.

11.  Omgevingsvergunning: Voor de bovengrondse aspecten is een omgevingsvergunning nodig. Hierover beslist het ministerie van Economische Zaken, die gemeenten, provincie, hoogheemraadschap en overige deskundigen om advies vraagt.

12.  Inspraak omgeving: De vergunninghouder en de gemeente informeren de omgeving over de vergunning. Bewoners kunnen hun zienswijzen inbrengen en eventueel in beroep gaan.

13.  Subsidies: De vergunninghouder vraagt overheidssubsidies aan, zoals de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE).

14.  Aardwarmte-installatie: Op de gekozen locaties bouwt de vergunninghouder een aardwarmte-installatie. Daar boren zij een put. Op basis van de resultaten uit de put, weten zij of de warmte ook daadwerkelijk winbaar is.

15.  Winningsvergunning en winningsplan: Als de vergunninghouder aardwarmte wil winnen, hebben zij verschillende vergunningen nodig. Dat begint met een winningsvergunning en winningsplan. Hierover beslist het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

16.  Advies deskundigen: Voor de winningsvergunning en het winningsplan vraag het ministerie advies aan deskundigen, zoals SodM, de Mijnraad, de provincie, de Technische Commissie bodembeweging, gemeenten en het hoogheemraadschap.

17.  Inspraak omgeving: Bij een ontwerp-besluit voor een winningsplan, kunnen belanghebbenden, waaronder omwonenden, zienswijzen indienen en eventueel in beroep gaan.

18.  Aansluiting op warmtenet: de put wordt gekoppeld aan een warmtenet. De aardwarmte verwarmt dan de gebouwen die aangesloten zijn op het warmtenet. De realisatie van warmtenetten kent een eigen proces dat hier niet beschreven is.

19.  Gebruik van aardwarmte: Huizen en bedrijven worden verwarmd met duurzame energie uit eigen bodem.